Wat kost een website voor een aannemer echt?
Een offerte voor een aannemerswebsite bestaat meestal uit een eenmalige opstartkost plus een vast maandbedrag, maar wat daarin zit verschilt sterk per leverancier. Dit artikel legt uit waar je op moet letten voor je tekent, inclusief de subsidieregel die sinds februari 2026 veranderd is.

Het is half negen 's avonds in Wingene. Op de keukentafel staat een lauwe koffie, op het scherm van de laptop een PDF: een offerte voor een nieuwe website, een paar duizend euro exclusief btw, verdeeld over een opstartbedrag en een jaarabonnement waarvan niet meteen duidelijk is wat erin zit. De aannemer heeft nog niet getekend. Hij wil één ding weten: wat kost een website voor een aannemer eigenlijk, en betaalt hij een normale prijs of voor iets dat hij niet nodig heeft?
Een offerte voor een aannemerswebsite bestaat meestal uit een eenmalige opstartkost plus een vast maandbedrag voor hosting, onderhoud en updates, met eventueel extra's zoals een uitgebreider designniveau of een contentpakket. Vraag bij elke offerte na wat er precies in dat maandbedrag zit en reken niet meer op de kmo-portefeuille voor websiteadvies: die subsidie geldt sinds 1 februari 2026 nog enkel voor cybersecurity.
Dat is moeilijker te beantwoorden dan één getal doet vermoeden. 'Een website' is voor de ene leverancier een sjabloon en voor de andere een volledig onderhouden systeem met hosting, updates en support. Het antwoord zit niet in het totaalbedrag op de offerte, maar in wat dat bedrag dekt.
Hoe digitaal is de bouwsector eigenlijk?
Negen op de tien Belgische bedrijven heeft een website om hun activiteiten en diensten te tonen, meldt Statbel op basis van cijfers over ICT- en e-commercegebruik bij ondernemingen in 2025. Dat cijfer gaat over alle sectoren samen. In de bouw ligt het digitale plaatje trager: Embuild Vlaanderen rapporteerde in zijn Visierapport 2025 dat slechts 28% van de Vlaamse bouwbedrijven systematisch digitale tools inzet voor werfopvolging.
Een website is iets anders dan software voor werfopvolging, maar het patroon is herkenbaar: veel bouw- en installatiebedrijven investeren pas in digitale tools als de druk hoog genoeg wordt, bijvoorbeeld wanneer een concurrent intussen wél bovenaan Google staat.
Waar bestaat de prijs eigenlijk uit?
Een offerte voor een website heeft meestal twee lagen: een eenmalig bedrag voor het bouwen en een terugkerend bedrag voor hosting, onderhoud en updates. Daarbovenop komen vaak keuzes: een uitgebreider designniveau, extra functionaliteit, of een pakket waarbij de leverancier maandelijks nieuwe content aanlevert zoals een blog, actuele werven of nieuwe foto's.
Dat is de structuur, geen vaste marktprijs. Maar ze laat zien waar je naar moet vragen in elke offerte die je krijgt: wat zit er precies in het opstartbedrag, en wat zit er in het maandbedrag? Een offerte die alleen een totaalprijs geeft zonder die twee te scheiden, is lastig te vergelijken met een andere leverancier.
Voor een aannemer specifiek werkt een andere aanpak dan voor bijvoorbeeld een webshop: denk aan een portfolio van werven, een offerteaanvraagformulier en klantenreviews. We hebben daar een aparte pagina voor bouwbedrijven over, precies omdat een aannemerswebsite andere dingen moet bewijzen.
Is dat bedrag dan marktconform?
Moeilijk te zeggen zonder de scope te kennen. Dat is precies het probleem bij het vergelijken van offertes. Het is een beetje zoals twee offertes voor een dakrenovatie naast elkaar leggen zonder te weten of de ene dakdekker isolatie meerekent en de andere niet: het totaalbedrag zegt op zich weinig.
Bij een website tellen minstens deze onderdelen mee: het ontwerp zelf, de teksten, de technische SEO (zodat Google de site begrijpt), hosting, updates van de software en support als er iets stuk gaat. Een offerte die één lage prijs toont zonder te specificeren welke van die onderdelen erin zitten, verdient een tegenvraag voordat je tekent.
Wat een offerte je niet vertelt, tenzij je ernaar vraagt
Een prijs op een offerte zegt niets over wat er gebeurt als je wil stoppen. Wie is de eigenaar van de domeinnaam? Kan je de website meenemen naar een andere leverancier, of zit alles vast in een systeem dat enkel die ene partij kan bewerken? Wat gebeurt er met je Google Bedrijfsprofiel en de lokale vindbaarheid die je hebt opgebouwd, als het contract eindigt?
Vanuit mijn eigen ervaring bij Nola Digital zijn de moeilijkste projecten vaak migratieprojecten, waarbij we de domeinnaam moeten loskrijgen van een vorige provider. Zo hebben we bij één van onze aannemers twee maanden moeten wachten tot we een transfer van de domeinnaam hadden.
Vraag die drie dingen expliciet na voor je tekent: eigenaarschap van domein en content, opzegtermijn en wat er met je Google Bedrijfsprofiel gebeurt als de samenwerking stopt. Dat laatste is voor een aannemer vaak belangrijker dan de website zelf: klanten in Wingene, Tielt of Roeselare vinden je via Google Maps voor ze ooit op je website klikken.
Reken niet meer op de kmo-portefeuille voor websiteadvies
Tot voor kort konden ondernemers advies over een nieuwe website deels laten meebetalen via de kmo-portefeuille. Dat is voorbij. Sinds de hervorming die de Vlaamse regering op 23 januari 2026 besliste, komt vanaf 1 februari 2026 enkel nog advies over cybersecurity in aanmerking voor die subsidie, meldt VLAIO. Advies over een nieuwe website valt er niet langer onder.
Wie dus een offerte krijgt waarin de leverancier verwijst naar 'gedeeltelijke terugbetaling via de kmo-portefeuille' voor het adviestraject rond de website zelf, moet dat nakijken. Die piste is sinds begin februari 2026 dicht. Het bedrag op de offerte is het bedrag dat je betaalt, zonder korting achteraf.
Hoe pakken wij dat zelf aan?
Bij ons website laten maken-traject voor bouw- en installatiebedrijven betaal je €1.900 eenmalige opstartkost, daarna €29 per maand voor het Basis-abonnement. Wil je een uitgebreider design met meer mogelijkheden, dan komt er €60 per maand bij voor het Groei-niveau. Wil je dat er maandelijks nieuwe content bijkomt (een blog, actuele werven, nieuwe foto's), dan is er een Content-pakket van €125 per maand.
Nola Digital bouwt websites voor bouw- en installatiebedrijven in Midden-West-Vlaanderen: Tielt, Roeselare, Wingene, Pittem, Ledegem. Vaste prijs, geen verborgen adviesuren en je weet vooraf wat het Basis-, Groei- en Content-niveau je opleveren. Leg die offerte op je keukentafel gerust naast onze prijsstructuur, dan heb je meteen een vergelijkingspunt.
Veelgestelde vragen
Wat kost een website voor een aannemer gemiddeld? Dat hangt af van wat er precies in de offerte zit. Bij ons betaal je €1.900 eenmalig plus vanaf €29 per maand voor hosting, onderhoud en het Basis-niveau. Andere leveranciers verdelen hun prijs anders — vraag altijd na wat het opstartbedrag dekt en wat het maandbedrag dekt, dan vergelijk je appels met appels.
Kan ik nog subsidie krijgen voor een nieuwe website via de kmo-portefeuille? Nee, niet meer voor het adviestraject. Sinds 1 februari 2026 komt via de kmo-portefeuille enkel nog advies over cybersecurity in aanmerking, niet langer advies over een nieuwe website.
Moet ik een jaarcontract tekenen voor een bedrijfswebsite? Dat verschilt per leverancier. Vraag naar de opzegtermijn en wat er gebeurt met je domein en content als je wil stoppen, voor je een handtekening zet, dat staat zelden duidelijk vermeld op de offerte zelf.
Is een goedkope website onder de €1.000 een slecht teken? Niet automatisch. Controleer wel wat erin zit: een lage eenmalige prijs met een hoog maandbedrag kan op termijn duurder uitvallen dan een hogere opstartkost met een lager maandbedrag. Reken het totaal over twee tot drie jaar uit in plaats van enkel het opstartbedrag te bekijken.
Waarom is mijn website belangrijker dan mijn Google Bedrijfsprofiel, of net andersom? Voor de meeste aannemers werken ze samen: klanten vinden je eerst via Google Maps of een zoekopdracht en klikken pas daarna door naar je website voor referenties en contactgegevens. Beide op orde hebben levert meer op dan één van de twee perfectioneren.

